Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEENKUNDIGE TAFELEN. 17

y. Twee agterfte knobbelgaten, (foramina condyloidea pofleriora,) door welke een tak van de a&Sér* hoofds-ader in het Bekkeneel gaat. d. Vier kuilen : namelyk,

». Twee agterfte knobbelachtige.

/3. Twee voorfte knobbelige, aan dewelke, langs het wiggevormig- en de beide knobbelachtige uit* fteekfels, de regte zydelyke-, de voorfte klyne* regte - j de voorfte groote regte-, eh de iiokdarms-hoofd-fpier zich inplanten. S). De inwendige verhevenheden en holligheden, en wel,

a. De kruiswyze doorn (fpina cruciata) : aan welker *. Bovenften tak, de langwerpige aderlyke boezem

van 't dikke hersfenvlies: aan derzdver p. Zytakken de zydelyke boezems, en aan den y. Benedenften,die inwendige agterhoofdsdoorn (fplna occipitalis interior) geheeten word, het agter3 hoofds-middenfehot der kleine hersfenen vastgehecht is.

b. Vier kuilen: waar van

t. De twee bovenfte dienen om de agterfte kwabben

der groote hersfenen, en p. De twee onderfte, om de kwabben der klcinehcrs^

fenen te bevatten*

c. Eene langwerpige uitfnyding in het wiggevormig uitftcekfel, in welke 't verlengde hersfenmeïg ligt.

10. De aanhechting der Spieren; en wel der

a. Agterhoofds - fpier (mufc'. occipitalis) die onder de winkelnaad begint, en naar den kruin opklimt.

b. Munnikskaps ^ fpier (cucullaris). zie N°. 8. Lett. li, *,

c. Saamgevatte- (complexus), miltwyze- (fplenius) en kleine fchuinfe fpieren (obliquiminorcs). zie No.- 8, Lett. a, », p.

d. Regte zydelyke-, groote en klejnê voorfte- eri de" flokdarms-hoofds-fpieren (rekt laterales, anlici 1: 'ajg* res & minores ,cephalopharyngei). zie No. 8, Lett. d,p4

11. De Nuttigheid, welke daar in beftaat dat het,

1. De agterfte kwabben der groote, en de kleine hers* fenen in zich bevat,

2. Het verlengde hersfen-merg uitlaat, eh-

3- Ter geleding en beveiliging des Hoofds dient.

B 7<k

Sluiten