Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£K 33 >©

„ leeven" — zegt een Chriftlyk Dichter onder myne Landgenooten — „ is dikwyls nier. „ dan Ongeluk. Gelukkig hy, die fpoedig ryp „ wordt voor de volmaaktheid." En dit geluk is uwen Vorstius, en uwen Deiman ten deele gevallen. En laat ons, die wy noch by hun graf liaan, en hen met traanen in het gezicht naoogen, hun dit geluk niet misgunnen ; laat ons door de gedachte, dat zy nu Zalig zyn , onze traanen doen opdroogen; laat ons eikanderen opwekken, om zoo te denken, te leeven en te wandelen, gelyk zy leerden en leefden , om eens, gelyk zy, op de plaatze van onze beftemminge, in ons Hemelfch Vaderland, eeuwig gelukkig te zyn.

Ja, gy zyt reeds gelukkig; gy, die gy wel eer zulke heldere en fchynende lichten waarc voor uwe Medemenfchen, zyt reeds voor den troon van God en Jefus Chriftus onuitfpreeklyk gelukkig; gy, zyt reeds tot het volmaakt licht gekomen, het welk ons fterflyk oog hier op aarde flechts van verre ziet,- gyzyt reeds van het geloof tot het gezicht, van de hoop tot het daadlyk genot gekomen. Op de plaat-1 ze der volkomenheid , alwaar onze aardfeha onvolmaaktheden en gebreken ons niet meer vergezellen, alwaar nyd en twift niet meer den;' band van Vriendfchap doet breeken, alwaar wy niet meer over gevoelens en begrippen, waarin wy toch nooit onfeilbaar zullen zyn, tegen eikanderen yveren, op die plaatze, daar wjf veelmeer zullen aanfehouwen en aanbidden, C zyn

Sluiten