Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van FRIESLAND. 511

kapte Soldaaten niet gewapend, befchermde echter deeze zyne Proostdy met zulk eene kloekmoedigheid, dat de aanvallers zich genoodzaakt vonden onverrichter zaake af te trekken. Wybrand ondertusfehen , niet verzekerd , dat hun door deeze afwyzinge de vreeze zodanig om het hart geflagen ware, dat hy naderhand niets van hun zou te duchten hebben, oordeelde het veiligst daartegen by tyds de noodige voorzorge te gebruiken. Het verfterken en verbouwen van het Stins Winia, der Proostdye toebehoorende, kwam hem ten dien einde het beste voor, en werd met zc veel yvers ondernomen en voortgezet, als hei gewigt der zaake vorderde.

Had Waldemar de II, Koning van Deenemarken, gelyk wy voorheen zagen, die van Stavoren met verfcheiden voorrechten befchonken , welke naderhand door Chriftoffel den II. bevestigd werden; Waldemar de III, volgde dat voorbeeld, verleende insgelyks verfcheider vryheden en voorrechten aan deeze Stad, welker Koophandel en Zeevaart, zo door den aanwas van Groningen, als het opdroogen dei gronden voor den mond der haven, federi eenen geruitnen tyd, merkelyk had afgenomen Waldemar de III, rekende het. voor zyne eigene onderdaancn een fluk van belang, op deeze wyze den koophandel en zeevaart der burgeren van Stavoren te begunftigen. De oorfprongklyke brief, hiervan door den Koning gegeeven en verzegeld, is van den jaare dertienhonderd drieënzestig (*> Soortgelykc

vry

(*) Groot Charterb. van Friesl. I. D. bl. 227229.

Beknopte Historie,

Stavoren verkrygt verfcheiden voor» rechten 1vau de Koningen van Denemarken en Zweeden.

Sluiten