is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen tot het menschelijk geluk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 43/ Jbr

den, zie hij in de warme wacht: — terwijl wij hard roggenbrood knaauwen , vret . hij de lekkerbeeten , die de Kaptein overlaat en rookt knastertabak — waren alle menfchen Officiersknegts! —" „ zeg liever Kapteins," bromde een oude Muskettier, — „ Regt zoo, broeder," riep een afgedieude Duitfcher, „die Officiers haben ein leben , wie v:aii's i:n ïlimmel hatl" — „ Dat geloof ik," zeide een. derde man, „ zij krijgen geld, als water; jaar uit, jaar in, eten zij vleesch en gebraad; drinken niet, als wijn en punch, en rookeu niet, als knaster, die 't pond drie gulden kost. — Op de Parade doen zij niets, als commandeeren en facramenteeren,. en bij nacht, als zij de wacht hebben, liggen zij op beide de ooren te

ronken, tot onze lieve God den dag geeft: 't

is, op mijn eer, goed, zoo te leeven; zoo kan men het uitharden , zonder nood te gevoelen ; — maar wij, God betert! — van een agtentwintig te leeven _ roggenbrood te knaauwen — en dan nog niet eens tabak en jenever ', noch wijf eu kinderen te kunnen onderhouden, en daarvoor, alle drie dagen, naar de wacht te trekken, zich op de post half dood te laten vriezen , en, om een kleinigheid , met de rotting over de fchaalen te laten kloppen , dat het rookt, en eindelijk, zich noch dood te laaten fchieten ,- kijk , zulk een leeven verleert, het lagchen wel " _ „ HerausT riep de Schildwacht, wijl juist de klok twaalf floeg,. waardoor 't gefprek een einde nam.

„ Kom, kom!" zeide de Kapitein, die alles gehoord had — „ wie heeft nu meerder regt, om te

klaa-