Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$34 Over de betrekking der Volks-

het menschlijk geluk , waaraan men , veeltijds , zeer verwarde denkbeelden hecht, vefftaat. Wil men 'er, dan, eenen zoodanigen ftaat van het Menschdom mede aanduiden , waarin het zijne verftandlijke vermogens heeft ontwikkeld , waarin het, meerder, met geneugten is bekend geworden , en waarin het meer 'vatbaar is geworden voor het gevoel van het waare , en fchoone , in de werken der Natuur , dan is het zeker, dat de Mensch in eene befchaafde maatfchappij gelukkiger is , dan hij in den ruuwen natuurftaat kan gezegd worden. Maar, wil men aan het menschlijk geluk een geheel ander dénkbeeld'hechten , en 'er door verftaan eene gefteldheid van het menschlijk gedacht, waarin alle de geneugten zijn toegenomen , en de rampen en ellenden verminderd, dan kan men zoozeer niet vastftellen , dat de befchaaving het menschlijk geluk heeft verminderd, maar , dan moet men bekennen, dat 'er ,, door befchaaving , ook veele rampen, en ellenden, onder de menfchen zijn verfpreid geworden. Wij hebben het, in de verzwakking van het lichaam , aangetoond. Van den zedenlijken kant zoude het niet moeilijk zijn , dit even zoo aantetoonen. J. J- R ons se au fchrijft aan de befchaaving alleen de oorzaak van omtrend all' het natuurlijk zoowel, als zedenlijk, kwaad toe. Tout efi Hen , zegt hij, fovtant des mams de Vauteur des chofes , tout degenere entre les -mains de Thomme. Hij befluit daaruit, dat de Mensch, in den ruuwen Natuurilaat, volkomen gelukkig zoude geweest zijn. De aarde bood den Mensch alles aan , zegt dezelfde

Sluiten