is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling, in welke de twee volgende vraagen onderzogt worden. I. Heeft een souverain het recht, om [...] verandering te maken in eene staatsgesteldheid [...]? II. Is het [...] van zijn belang, dat hij zulks onderneme?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K ico )|

kening g pag. 55), Dc maatfchaplijke-orde^ zou verre van er bij te winnen, er door verliezen : de uitvoering van zaaken welke fpoed vereifchcn, zou er door vertraagd worden; en in 't algemeen zou men' 't willekeurige in 't beftier vermeerderenin plaats van verminderen [zie § I. pag. 63] maar, wanneer men in de Conftitutie, met duidelijke en wel ïngerigte wetten, uitdrukt, 'in welke gevallen het Leger aan den Vorst niet moet gehoorzaamen ; dan kiest men het eenige middel, zonder *t Welk het volftrekt onmogelijk is, het willekeurig gezag (despotismus) binnen eenige paaien te houden, en zonder 't welk er nooit veiligheid voor de Natie zijn kanen verre van de macht van den Monarch te verkleinen , vergroot men dien , door dat zelfde middel , in der daad. Om een leger te doen optrekken is het niet genoeg dat de Souverain zulks wil. Het leger moet het ook willen doen. En daar toe is vooral nodig, dat de gezamenlijke bevelhebbers [le corps des Ofcicrs'] er toe genegen zijn. Zoo men thans in aanmerking neemt, dat het ligchaam der

Of-