Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cao)

een gedeelte van Quintiliaans uitfpraak over Pindarus : dat hij een eerst lierdigter was in verhevenheid van geest, deftige fpreuken , verbloemde zegsmanieren, rijken overvloed van gedagten niet min, dan uitdrukkingen , en eenen flroom van welfprekendheid. l~)

Ik zal hier tot eene proef van 's digters koene zegeen uittrekfel uit een ftuk der Tijdwinst inlasfchen. Het heeft ten opfchrifc: onderzoekt de fchriften. m) Daar zingt hij, na eenig anders:

Geen leuije vadzigheid houde u te rug! U, die zoo vaak te noestig, fterk, en vlug,

Op nieuwspapieren, En beuzelpraat van ijdelheeden, valt; Te vaak, helaas! den dieren tijd vermalt; Om bot te vieren Aan fp eling vau den geest: En, wat geen Bibel heet, met heete graagheid leest.

Zeg uw geheugen , zeg uw fchoolgeld dank, Dat ge aan des Heeren disch van 'sLeerlings bank.

Zijt

/ ) Or. Inft. 1. X. i. Nouem lyricorum longe Pindarus princeps fpiritus tnagnificentia, fententüs, figuris, beatisfima rerum verborumque copia, et velut quodam tloquentiae fiumine.

vt) Tijdwinst bl. 164 en volgg.

Sluiten