Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'iA6 MIDDELEN DES HEILS. verzoend mogt worden. Uw berouw, zegt hij, mogt zoo groot zijn; God mogt misfchien het aanzien! Dus laat hij de arme harten fteeds in twijffel fteeken. —

Want dit was hunne gewoone leer: De Sakramenten geeven hun, die ze gebruiken, Gods genade zonder woord en zonder het geloof. Indien iemand gedoopt wordt, die heeft het geloöf niet nodig; de Sakramenten hebben zoo veel kracht, dat zij, wegens het uiterlijke werk, genade geeven.

Maar dit is de hoofdzaak onzer leere, dat geen' Sakrament op zich zelvén, zonder het geloof, genade werken kan.

Het historifche geloof houdt zich derhalven niet aan het woord. — Maar het rechte geloöf houdt zich daar aan, en zegt: Ik geloof, dat kristus voor mij den dood geleden hêejt en geftorvcn is enz. Daaraan heb ik oök geen den minftén twijffel, en in het geloof ben ik te vreden , en verlaat mij op het woord tegen den dood eh de zonde. — Uitlegging van het I. B. van mozes. Hoofdft. XLVIII.

Het is iets anders, als ik zegge: Ik Wilde u toetoenfchen, dat gij een fterk en gezond ligchaam mogt hebben; dat gij een goed verftand hadt; daar het hebben juist niet altijd volgt. En het is iets anders, wanneer ik u een zak met geld aanbiede en zegge: zie daar, daar hebt gij duizend guldens, die wil ik u fchenken. Of wanneer kristüs tot den Gichtigen zegt, Matth. IX. Sta op, neem uw bed op 4 en ga heen. Volgens het algemeen zegenwenfehen, waarmede de een den anderen iets goeds toewenscht-,

zou

Sluiten