Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b ij l a , o e n. 32$

graad van hardvochtigheid, die mij, God dank! nooit meer is voorgekomen. De ellende der menfchen troffen hem in geenen deele, neen! hij had zelfs vermaak in dezeiven. Ik ben getuige dat de Hofraad MicHAëns, een Amptman van den Graaf, eens bij hem kwam , en hem, op de treffendlte wijze, de armoede eener buurt voorftelde, en voor de arme boeren om infchiklijkheid bad. Er was een zonderling verfchijnfel. De Amptman ftortte zelve tranen bij het affchetfèn van de ellende der onderdaanen. Hij erinnerde hem, dat het dorp door onheilen verarmd was, dat zij de gelduitgaven niet doen konden, dat 'er op zijn last (van n u hl) reeds de tweede panding gedaan was (de eerfte van bedden en kleederen; de tweede van 't huisraad, de derde van 't vee uit de ftallen) dat de door hem belaste derde panding de arme menfchen tot den bedelftaf zou brengen, en de huizen leeg doen ftaan; dat reeds haare ellende ten hoogden graad fteeg; dat de kinderen in de nabuurige oorden omliepen, en om brood vroegen; dat geen boer een bed in huis, of een zondagspak had lom in de Kerk te gaan enz. Bij deze befchrijving zat de. Hofraad ruhl in zijn leundoel, fpeelde met zijn lubben en lagchte, als of hem den lang gewenschten val van een vijand berigt ware. En als de Amptman eindelijk zelve een traan ftortte, en den Hofraad om Gods wille bad den X f ar-

Sluiten