Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$l6 SLEGT, SLEUTELEN. SLUITENC

leerd, en sleote menfchen betekent aldaar qngeoeffende menfchen. Dus ook

2 Kor. XI. 6, slegt in woorden, voor „ onbedreeven in (Griekfche) welfpreekend-

heid" of taaie."

SLEUTELEN des Hemelrijks, Matth. XVI. io, is een Zinnebeeld van ,, de volkomene

volmagt, van het fluiten en ontfluiten der „ Christelijke Kerk," en heeft aldus zijne betrekking op „ het aanneemen en affnijden

der leden van het Christelijk Genootfchap;" welk gezag de Heiland den Apostelen mededeelde. Hef is volkomen hetzelfde als het linden en ontbinden; weshalven het ook daarmede terftond verbonden wordt: welk binden en ontbinden wederom van het „ vergeeven, „ of niet vergeeven, der zonden; en het „ aanneemen, of niet aanneemen, in de Kerk-

gemeenfchap" moet verftaan worden, gelijk uit Matth. XVIII. 17 en i3, duidelijk blijkt, zo als bij het Woord binden beweezen is.

Sleutel der Kennis, Luk. XI. 52, is, „ de middelen, om tot de regte kennis van

den Godsdienst te komen."

Sleutelen^ Helle en des Doods, Openb. I. 8. — des Afgronds, Hoofd. IX. 1. XX. 1 , is „ de magt, om de dooden op te wekken."

SLUITEN. Uit het geen wij zo even van de sleutelen des Hemelrijks gezegd hebben, laat zig van zelfs begrijpen, in welken zin de Heiland den Schriftgeleerden en Farifeërs verwijt, dat zij het Koningrijk der Hemelen sloot en voor de menfchen, Matth. XXIII. 13. Koningrijk der Hemelen is het Rijk

Sluiten