Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fhorkende sanherib zal vernederd en het benaauwd Jeriualem gered worden, moet tirhaka, die ter hulp gekoomen was, wel wijken, maar e'éne nacht veri andcrt onverwachts de droefheid in gejuich, en leevert I een onwederfpreekeljjk bewijs, dat God zich niet laat ' beiputten.

Bevreemt het U.dan, dat in het groote werk, dat lij uitneemenheid Gods werk is, —* dat in de uitbreiding van jesus koningrijk, en de verfchijning der zaligmaakende Genade aan alle volken en handen der menfehen, — [dezelfde weg door eeuwige Wijsheid gehouden is?-* Geene wij,en, geene edelen, geene priefters, geene redenaars; maar ongefchaafde visfehers en verachte tollenaars zijn de middelen, döor welke Levfs uitgedij nd outaar verlaatcn; de afgoderij der heidenen ver-, worpen; de donkerheid der oude Wijsgeeren opgeklaard; de weelde der eene, en de barbaarsheid- der andere Natiën befchaafd; het hart der zondaaren begenodigd, en de hemel bevolkt is. — Aan wie nu van, deeze zou hei woord Gods gebonden zijn ? zou God, om eene weereld van zondaaren te behouden, een petrus van het Net, of een mattiibus uit het Tolhuis- hebben noodig gehad ? —. of zou zelfs een f-au lus, die alle zijne Joodfche geleerdheid verwierp, om de uitneemenheid' der kennis van christus, onontbeerlijk geweest zijn vc or eene Almagt zonder grenzen? •— Van den throon, waaraan de Engelen enKrachten onderdaanig gemaakt zijn, regeert de Koning zijner Kerk onafhangelfjk; tegen den eenen zijner knechten zegt hij „Gaa" en hij gaat, en tot den anderen „Koom" en hij koomt; dikwils gaat 'er een tot flen arbeid cenes anderen in, («) en maait, wat- eert.

B 3 voorig

r (*0 3Fo. ïv. 36 ~ 38.

Sluiten