Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menfchen kinderen in hun vol om kwaad te doen: ziet, hoe Salomo dit, uit ondervinding, beredeneert, Pred. VIII: 11-13 , •— „ Mijn heer ver„ toeft te koomen", zeide de booze dienstknecht, Matth. XXIV, en floeg ondertusfchen zijne mededienaaren, — en een hcidensch retdenaar heeft wel gezegd, dat de driften breidelloos hollen bij lange ftrafïeloosheid (a).

- Evenwel , het zal niet ftraffeloos gaan : het eordeel -keert, op Gods tijd, weder tot gerechtigheid , de nek des trotsaarts , lang verhard, wordt eindelijk gebrooken, de haak gelegd in den neus des onderdrukkers, en den verwoester, die niet verwoest was, treft het wee.

Onzalig menschdom , dat door edeler drijfvecren moest bewoogen worden ! veracht gij dan den rijkdom der Godlijke verdraagzaamheid, goedheid en langmoed, zonder te bedenken, dat de goedertierenheid Gods u tot bekecring leiden moest ?

En met dat al, bevestigt ons de geduurige ervaarenis niet de waarheid van al het gezegde met onwraakbaare proeven? — behoeft gij een ander, of weet gij duidelijker bewijs, dan de zamenloop der dingen , waar van wij heden gedachtenis vieren ?

Wij

(_a) Cicero. Efratnatus furer a'.iturinpunitate diutuma.

Sluiten