is toegevoegd aan je favorieten.

Historie van den heer Willem Leevend.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35* HISTORIE VAN DEN HEER

Zyt gy V beftaan ook aan een God verfchuldigd, Verfoei lyk mensch, gevloekte Lasteraar? Gy, die uw hart der Boosheid hebt gehuldigd , Die twist en haat altoos vermenigvuldigt? Der onfchuld laagenfpreit, niet denkende aan gevaar ?

Dat brandend oog, ,tgeen uitgaat op verfpieden, Het al beloert, op dat gy alles wraakt;

[den;

Dat luistrend oor, 'tgeen 'ï luist ren fchynt te vlie-

Die driften, die in uwen boezem zieden,

Zyn niet van God. Hy heeft den Mensch dus niet

[gemaakt.

Ontuchtige! durft ge u Gods werkftuk noemen? Gaf God aan u dat fout, dat lonkend oog, Dat vuig gelaat, waar op ge u durft beroemen ? Die treeken om uw daaden te verbloemen ? Die gladde tong, die fteeds zich naar uw wil bewoog f

Zyt ge als een Dier uit zyne handgekoomen,

Die als een Dier uw hoogften wellust fmaajet?

Gy, die uw drift on mooglyk kunt betoornen *

Daar gy u zelf V vermoogen hebt beiloomcn; ' ]

Want God heeft, zekerlyk, den Mensch niet zo ge-

[maakt.

Gy,