Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LEEVEND.

eenfcliakeling van moeilykc ongefteldheeden, niet wensch, om nog maar zelf een rasch vervlogen jaar te leeven; ook niet, al kreeg ik myne gezond* heicl weder; ook niet .... maar ik kan met 11 daar niet over fprecken.

Ik. Met my niet, myne Lotje!

Lotje. Met u niet, myn Willem. Laat u dit niet bedroeven ! Gy zyt myn beste Vriend. Ik neem zulk een belang in u, dat ik my veelmaal ( noem gy het eene harsfenfchim , het is toch niet onmooglyk en dit voldoet my) vleijemet het denkbeeld: als ik van hier zal gefcheidcn zyn, zal my door een hooger weczcn de aangenaame post woi> den toebctrouwd, om uwe trecden te bewaaken, Hoe zal my dan iedere mistreede op den weg der deugd jammeren! Hoe zal elke goede daad, door u vcrrigt, my verheugen ! Hoe zal ik bidden om uw geluk op dceze beneden waereld, indien dit uwe hoogere belangen niet benadeelt; en als gy N tot ons opftreeft , hoe welkom zult gy my niet zyn! [ Verftomd door zo veele liefde, zo veel deugdi en zo veele geestvervoering; ik durf het niet anders noemen; en dat in eene Lotje, die zo bedaard, zozuiver over haaren Godsdienst plagt te denken, zweeg ik eenige oogenblikken; eindlyk]

Ik. Ach, mogt gy nog lang getuige zyn van my-, ne oprechte poogingen, om aldaar als een cerlyk Man te leeven! Mogt ik nog lang aangemoedigd worden door uwe goedkeuring! .... Hoe groot, A 4 hoe

Sluiten