is toegevoegd aan uw favorieten.

Historie van den heer Willem Leevend.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï02 HISTORIE VAN DEN HEER

Véc'1 had ik van eene Chrisje Helder gewagt: ik ken Willems fyn oordeel en edelen 1'maak; echter men Heelt haar geen recht gedaan. Eene waare fchöonheid, grootsch — overmeesterend, in den vollen bloei der jeugd; eenigzins wat onachtzaam, onöpgelchikt: een portret van Rafa'èl, zegt Everards ; gy , Ryzig , zult dit zo wel fyerftaan als ik.

Ik heb noch haare fchoönheïd, noch haar vef« ïland, zo weinig als Haare overgroote fchatten, maar dit weet ik, onze harten zyn bevriend. Chrisje Helder is myne Vriendin; en dat wel veelmeer, dan zy ooit de myne kan worden. Druk ik dit wel goed uit? Dit meen ik, Hoewel zy my nooit zulk een fchat van liefde zal kunnen geeven , als ik voor haar bezit.

Everards ging nog eens naar 't kantoor, en na een uur uitblyvens , keerde hy met zynen Vriend Renting te rug. Dat uur was een der beste van myn leven, Wy fleeten het in een befchaafd minzaam open gefprek. Toen de Hecren in traden, zaten wy nog op de fopha. Chrisje liet voor ons

vieren dekken en zeide; ik wil myne Mama

eens aangenaam verrasfehen. Hierom liet zy de koets niet voor het beklemde uur afryden. Myn verlangen , om Mevrouw Helder te zien , was groot. Zo dikwyis er een koets aankwam, klopte myn hart. Toen er eindlyk, het was elf uuren, een ftil hield, verfchöot ik van kleur, — De

Vricn-