Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee foorren vanBloec zuigers.

Eefchryïring;

3* van de Bloedzuiger.

/

,; geeten zullen, dat wy hen dezelve hebben ,, voorgeleezen." Horatius vergelykt deze eeuwigduureride voorlezers hunner ichriften, deze moorddaadige Schryvers, billyk by de Bloedzuigers, die het vel, daar zy zig aan gehegt hebben, niet los laaten dan wanneer zy 'er geen bloed meer uithaalen kunnen.

Non mijfura cutem , nifi pitna cruore Hirudo.

De Geneesheeren onderfcheiden tweederlei foorten van Bloedzuigers, waarvan de eene niet de andere wel vergiftig zyn. De eerfte kunnen niet dooden dan door haare menigte, en doof haare hardnekkigheid- om het bloed te zuigen. Deze zyn een vry juift afbeeldzel vandeSchryvertjes, die hunne Werken aan al de waereld voorleezen. De vergiftige Bloedzuigers vertoonen veel flauwer de Gierigaarts, de Woekeraars , de Grooten die hunne gunften Verkoopen enz. Daar zyn ecnige vergiftige Bloedzuigers noodig om een Menfch te dooden, en een enkele Vrek kan eene geheele Familie vernielen. Die Gierigaarts, welken men Vrckkert van het laage foort , of Duiten-gaarders zou kunnen noemen, zyn wel geene vergiftige Bloedzuigers , maar 't zyn echter regt haatelyke en leelyke Infeclen.

Dat Gekorvene, 't welk wy hier voor hun zinnebeeld geeven, „ is een Water-Infect, zwart,

„ zoti-

Sluiten