Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a4 DE BEVREDIGDE WANDEN, TWEEDE TO O N E E L.

DE MARQOIS, ADELAÏDE. ADELAÏDE.

Ü^uEyn vader! hoe! verdient uw dochter, in deez' ftaat%

Dat gy haar, onverzeld van u, thans overlaat

Aan zo veel rampen , als haar, zonder einde, omringen,

Myn dochter, durft ge uw ziel dien ydlen waan opdringen s

Dat ilt u myden zoude? En acht gy my zo wreed,

Dat ik geen deelgenoot zou blyven in uw leed?

Het ls om u alleen, dar my myue ongelukken,

Die 'k anders tarten zoude, op 't angstig harte drukken.

Was 't vaderlyke hart verzekerd van uw rust,

'k Vond min in 't leeven dan in 't fterven thans myn' lust.

Hoe onbekommerd zoude ik al myn ramp vergeeten,

En 5t doodlykfte oogenblik, blymoedig, welkom heeten?

ADELAÏDE.

'k Begeef u nimmermeer; op dat ik eens verwerv' Het zoet genoegen, dat ik in uwe armen fterv'; En mynen laatften zucht, by 't einde myner dagen,

Al

DE MAR QU1S.

Sluiten