is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van M O S E S. Hoofdd. II. 235 si. Ook een kloek, talrijk, en fterk volk, vs. n. Een

' J groot en talrijk

niet minder dan de Enaks; Jehovah had ze en lang volk, nochtans uitgeroeid, door middel van de Ammo- e'ne j"ha^ niten, die ze deden verhuizen, en hun land ™* voo^hun innamen ; .22. Even zo als door Jehovah''s aangezicht, zo

TT . ,. . _ , j ic dat zij hen uit

zorgc de Hortten , die m Sela en deszclrs de bezitting nabuurfchap woonden, eer Esaus nakome- ^^^"ndên lingen daar woonden, verfloten waren; het inhunneplaats.

° vs. aa. Ge¬

was alleen door hulp van uwen li eer, dat lijk Hij aan

Edobi hen verdreven, en hun land in bezit- E*™s die'n m

ting genomen had. 23. Het zelvde was ge- JJ^gg:»

beurd met de Kaphtorim , een PhUiflijnfche voor vvier aan-

volkplanting , hun oorfprong hebbende uit

Hortten ver-

Kaphtor, naderhand Pehilium , dezen hadden ^X'i uit de

verdreven de Aviten, Kanane'èrs, die in land- bezitting verdreven , en er

vestingen woonden tot Gaza toe, en hadden woonen in hundat land zints bewoond. 24. Laaten dergelij- "® g^gf dca°' ke voorbeelden u heldenmoed inblazen , dit ,..,vs-,23-En,se"

lilk de Kaphto-

is het, waartoe ik ze alleen aanhaalde; maakt rft*, die uit

,. 1 • 1 1 1 ' o Kapbtor uitto-

u reisvaardig, valt m het land van bi n o n geilj de Avim, den vermaarden Koning der Amoriten; hele- f^}™,^ 'an^t srert de hoofdvesting Chesbon , en ontwijkt aan g«z« woon-

„ , 1 •• , j den, verdelgd

geen hooldtrelTcn met hun; want hij zal de hebben, en 'er eerfteling van uwe erfnis zijn, zeide ik ter^™fP,aats dier tijd, uit naam van Jehovah. 25. Dan vs. 24. Maakt

* ' t" u op, verreist,

zal ik bij die gelegenheid daar door fchrik en trekt over

de beek den

Arnon; ziet , ik heb Sihon, den Koning van Cbesbon , den Amoriter , en ziin land, in uwe hand gegeven , begin te erven, en meng u met hem m den ftrijd. vs. 25. Ten dezen dage zal ik beginnen uwen fchrik, en uwe vrees te geven over het aangezicht der volken, onder den ganfehen he-

vs. 23. Wij volgen hier de Samaritamfche overzetting , Hazerim dus vertaalcnde; liet zijn kasteden ter bewaaring van het vee. — Dit Kapbtor of Pelufium lag in de nabuurfchap van het tegenwoordige Damiate; bij CniHEEWSD in Qrigin. Gentium, zijn de Avim dezelfden met de lltvilin.