Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOEKEN der KONINGEN.

2 l

der gebeurténisfën waardoor ik mijne aanmerkingen verbind.

Joas

en volgende Koningen geven daartoe in hun beduur geen aanleiding , hierom zien wij dat onder de regeering van dezen Vorst, toen de invloed van Iloogenpricstcr Jojada alles vennogt, de orde der Profeetcn naauwclijks in aanmerking komt, maar toen

Ussia over Juda en Jerobeam de II. over Israël

de troonen innamen, traden ook Jona en vooral Am os en IIosea als ftrenge boetprediekers te voorfchijn, ftreng in hunne bedrafling, doch altoos met önderfcheid; over Juda gematigder dan over Israël, om dat in de eerfte de zeden minder verdorven waren: hoezeer Ussia uitmuntte in zijn godsdienftig beftaan, de zedelijke toeftand der burgerij was en bleef geenzins prijzenswaardig (jfefaia V: VI.) ; maar in Israël fchcen onder de voortrcfiijke regcering van Jerobeam, doch niet verfierd met godsdienftigheid , de voorfpoed des rijks gediend te hebben om de nationaale gebreken ten hoogden top te doen dijgen. Am os is zeer naauwkcurig, fchrijft het meest alles aan Ephraim toe om dat dit de magtigde dam was, en de aanzienlijke uit dezelve de meesten invloed hadden. IIosea die de gebreken van beide de rijken te dier tijd berispt, maakt nogtans zorgvuldig onderfcheid tusfehen beiden, befchouwd

de laatde in een meer verzwaard licht; tot den fchakel

van gebreken, die buiten den invloed van den Godsdienst het hoofd gewoonlijk opdeken , behoren pragt, wellust, onregtvaardigheid in de rechtbank'en onderdrukking der groten in het maatfchappclijke leeven; in de bedreigingen is nogtans veel verzigtends: de günftigë omwending die de Ephraimiten eenmaal ondervinden zouden, word door H-oI1' 3 s e a

Sluiten