is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i98 Het BOEK

xxxmfte rr\ hoofddeel.^ Jj^ erwijl Jeremia nog gevangen

vs. t. Ander- . , , , c _ 1 • •

maai word ]e- gehouden wierd aan net nor, genoot nij wemwooredderom eene gemeenzaame omgang van Jehovah. begunftigd 2 jje aanfpraak beloofde al iets grootsch

wijl hij nog m 1 "

den voorhof der dit verklaard de Heer, die alles aanwezen ArSndTf'gaf, alles in dien ftand regelde, en beftenfPreèktjebövab\AlS Zijnen invloed verleende , met zn veel die alles daar.rear Jehovah genoemd. 3. Gij' moogtu vrij in

ftelde, die alles ö J , ,° . . J.... ,

vormde en oar- alle uwe bekommeriusfen tot Mij wenden — itafgif'i&bij Mij zult gij alle voldoening vinden; gij

naam! zuit dit weder kunnen bemerken uit de ge-

vs. 3. Roep .,c ,.

Mij aan, u wu wichtige., en nogtans ontwiilelbaare vaste ftzaiu°dé?«:voorfpellingen, welke Ik u nu bekend maken merkelijke en j Dit belooft u de machtige God Is-

zekere gebeur- ^ .

tmisfen, u **~faëfc.: gij bemerkt dat een aantal huizen bekend, w*-^ dfi ^ zdfs verfcheide gebouwen aan zoVfpr4e'ektW|"-t den Koning behorende , niet ontzien worden bovab, de £/»-om ze aftebreken, op dat men hier en daar tTtrluilifk dé de ftads mtiuren, zo veel door de rammen eniZd" ^to» geleden hebbende, weder weerbaar make. van juda's Ko- _ Woningen die het naast aan de wal gele-

Jiingen , die J 0 ..... 311

tot de muuren gen , al veel gebruikt zijnde om de belegeraaren tT zijn alge- te befchadigen, maar met geen gelukkig geb™ken-zijzijnvolg; welk een aantal zijn ook daar onder wèigebrmkttet ^et gevoel van Mijne fterke verbolgenheid gellw ïb'"cbaT- bleven, daar uit alles blijkt dat deze gedenkdJjlJJrtStekens van wraak dienen om te bevestigen ten met de,/»7« dat de boosheid der ftedelingen Mij gansch

ken van men-

fchcn die ikinafkeerig gemaakt heeft van alle gunstbewijzen.

Jliine toorn en . ,"' • ; 1

in Mijne grimmigheid verfloeg; daar Ik mijn gezicht van deze ftad afwendde deer hunne liioodheid.

vs. 5. Met veel waarfchijnlijkheid denkt Doederlin dat vcrfcheiden van die huizen gebruikt zijn tot begraafplaatzen, dewijl men in de ftad door de belegering tot begraving geen gelegenheid had.