Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE BEDRIJF. 31

Mevrouw de losanges.

Rnad hem dan toch om zijne beloften naar te koomen.

DE LUZINCOURT.

Ik, hem raaden eene verbintenis aan fe gaan, welke de goedkeuring van zijn hart niet wegdraagt» Neen, dan waare ik zijn vriend niet.

Mevrouw de losanges.

Gij zoudt hem onder het oog kunnen brengen, dat het fchuterendst aanzien

de luzincourt, met zeer veel vuur. Neen, Mevrouw , eene eeuwige verbindtenis moet door het hart, en niet uit eerzucht worden aangegaan. Wee hem! die zich verbindt,«om zich teven-ijken! wat kunnen van eene dusdaanige, door geldzucht aangegaane verbintenis, de gevolgen zijn? Zonder vriendfchap, zonder tederheid voor eikanderen te gevoelen, zijn de echtgenooten twee vreemdelingen die eikanderen naauwlijks kennen, en welke fchatten opeenftapelen. welke tot hunne oneenigheid dienen moeten. Zij zijn rijk, maar niet gelukkig. Hunne inborst, fmaak, denkwijze, mets koomt overeen; zonder liefde gehuwd Ieeven zij afgezonderd en eindigen met eikanderen te verfoeijen; door het belang vcreenigd, fcheid hen de tweedracht van een ; gedwongen zijnde eikanderen te vermijden, wordt hunne wooning hen haatehjk, zij zoeken in de fchitterendfte vermaaken een geluk, het welk voor hen niet beftaanbaar is. Na ahes doorgebragt te hebben , doet zich de behoefte al ras gevoelen ; nu worden zij door niets wederhouden: de man verliest zijne zecden, de vrouw vergeet haare pligten, en beider ondergang

is

Sluiten