is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven des geloofs van eenen christen [...]. Voorgesteld in eenige leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOH. XX: 26-28. p9

en, daarom denk ik niet, dat Thomas nu , van de vrij vergunning, hem gegeven, gebruik zal gemaakt hebben, nadien het duidelijk gezigt van Jefus handen en de taai van den Verlosfer tot hem, meer dan ten overvloede, voldeed, om hem, even zoo befchaamd, als gevoelig overtuigd te ftellen. Trouwens, het een en ander was zoo goed, als of hij daadelijk de proef genoomen had; en gaf, ook zelfs dus begreepen , volle vrijheid om te betuigen: „ het geen wij gezien, en gehoord, en getast heb„ ben, dat verkondigen wij

Dan, daar ik nog een weinig bijzonderder bij wilde büjven ftaan, is dit: of Thomas, ftaande zijn ongeloof, uit de genade Gods geheel ware uitgevallen? Niemand, die der Hervormde Kerke is toegedaan, zal dit zeggen kunnen. Veelen, die een' afval der heiligen leeren, zullen ook, niet ligt beweeren , dat Thomas, aan de zijde Gods, geheel uit zijne gunst en geneegen aandenken, vervallen ware; immers zij niet, die, wel, een' geheelen, maar geen' eindelijken afval ftellen. Deezen , zo zij al dagten, dat zijn genadeleven ware uitgebluscht, zullen echterteffens,net ft.uk, in deezer voege, zich voorfteilen, dat, wat Gods eeuwig voorneernen der genade, over Thomas, betreft, weegens het vooruitgezigt, het geen de Heere had, dat deeze Discipel, weder geloovig worden zou, als Jefus zich, aan hem, openbaarde, men zeggen kan, en mag: God bleef, in gunst, aan hem, gedenken, en, dat hieruit volgen moet, dat Thomas, door de openbaaring van Jefus geleegenheid kreeg, om weder .geloovig te kunnen worden; Ja, daar Ga is