Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 53 )

Tweede Lid.

Dan, M. H.I wij hebben geene mindere re* den om ook in onze betrekking van Burgers,

L Openlijk uittegalmen : Gelijkheid eo« ven! deeze eerde eisch eenes Burgers , wordt ons niet fleclus bij onze verlosfers de Franken, — maar ook bij onze provifioneèle Vertegenwoordigers als een onvervreemdbaar recht, alleen maar onder de bepaalin^ van deugd enbe. kwaamheid, — en dus in den waaren'zin toegekend.— Braafheid en gezond verftand,te vooren door fchelmerij en domheid, zo vaak, verdrongen, hebben nu wettige aanfpraak op de waar* neeming van allerlei bewind. — Gelukkig Volk! die dit voorrecht op zijne waarde weet te fchatten, en daar vag het rechtmatig, het juist, gebruik te maaken; —"en geen wonder! waar deeze Voedftervrouw van burgerlijk geluk haar' in. trek neemt , daar ontluikt, weldra, de bekoor-. Jij ke • Vrijheid; — althans wij, die hiervan getuigenis draagen, wij roepen, als bij een eigenaardig vervolg, ook

II. Vrijheid bwTkn! verfcheidenmaalen zijn wij , Nederlanders! voor een vrij en onafhangüjk Volk verklaard. Bij het fluiten van den Mnnfterfihen Vrede, in den Jaare 1748, danften reeds (volgens eenen penning bij van Loon te vinden II. d. bl. 315.) „ dezeven (zogenaamde) vrije Maagden" onzer toenmaalige Wingewesten » elk met haar bijzonder Wapenlchild verfierd,

om

Sluiten