is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen uitgegeven door het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen te Vlissingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE SCHEPEN ENZ. f

der bereiding, beneevens der maaten van het gebruik opgeeven.

'Er wordt van gerst, tarwe, rogge, haver, fpeltenz., mout gemaakt; dan alle mout is hier niet even dienstbaar, het beste, om voldoende aan dit oogmerk te beantwoorden, zal zyn, vier deelen gerlten- en één deel tarwenmout.

Het mout moet wit, zuiver en zo droog zyn, dat als men een korrel doorbreekt, men 'er, even als met een Itukje kryt, mede fchryven kan. Het mout gemaakt zynde, moet men het 3 a4 weeken, laten rusten en befïerven. Het mout moet niet te fyn, noch te grof gemaalen zyn. — Het moet in digt en droog vaatwerk, en in fcheeps-broodkaamers bewaard worden. — Om nu hier van, gylbier te maaken, zo neemt men, by voorbeeld; veertig ponden gerftenmout, tien ponden tarwenmout, roert hetzelve wel door een, daar na bellaat men het, in een fchoone kuip of baalie, met even warm water, tot een bekwaarne bryagtige pap, vervolgens giet men 'er veertig Hoopen kookend water by; roert het terdegen om, en laat het x. deel. Dd zo