Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8 DE H O I G C H E L A A R,

ORGON.

Dat zeg ik niet.

CLEANTES. Ik denk, om u vry uit te fpreken, Dat niets u dringen moet om laf uw woord te breken.

ORGON. Naar tyds omftandigbeid.

CLEANTES.

Waartoe toch kunstnary? Valerius fpreekt u dit oogenblik door my.

ORGON.

De Hemel zy gedankt!

CLEANTES. Maar wat zal ik hem zeggen ? ORGON. AH' wat u Hechts belieft.

CLEANTES.

Ik dien hem voor te leggen

Wat sy befluit. Wat is 't?

ORGON.

Het is... het is... Ik ftel

De zaak aan 's Hemels wil.

CLEANTES.

Dat is in zo verr' wel; Maar laat den Hemel daar, enlaatonsduidlykfprekeni Zult gy't gegeven woord dan houden? of verbreken?

ORGON, zich buigende, en vertrekkende. Vaarwel!

CLEANTES.

Men fpeelt de liefde eens braven mans een' trek.. i »t Is billyk dat ik hem 't gedreigde kwaad ontdekk'. i

Êindè van het eerftt bedryf.

TWEE-

Sluiten