Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 514 )-

K. „ ja, lieve Vader! Zij kwam 'er, juist op aan toen ,k 'er, in den tuin, met Christiaan over iprak , en reide , dat ik daarvan tegen mijn Vader mets moest zeggen , omdat hij niet gaarn had, dat Kinderen baden."

Si „ Daarin heeft zij gelijk gehad 1 ik hcxide 'er in 't geheel niet van, dat Kinderen bidden, voor dat zij het geleerd hebben. Gij kunt nog niet bidden."

K- „ Ja lieve Vader ! ik kan wel bidden."

E. „ Lieve Kar el ! wat doet gij dan , wanneer gij bidt ?"

K. „ Dan zeg ik iets tegen onzen lieven God?" E. „ Wat zegt gij dart- tegen Hem ; bid toch eens !"

Karei, gooide nu lepel en vork weg, vouwde Zijne handen en zeide: „ Het bloed van Jesus Christus, de Zoon van God, reinige mij van alle zonden! Ik iegge mij in Gods naam tot flaapen. Amen.'"

Het ganfche gezelfchap was ten uiterften verbaasd; terwijl de Heer S., niet wetende, wat hij denken zoude , eindelijk vroeg „ wie heeft u dat toch geleerd ?"

K. „ Wanneer gij nu en dan gezelfchap hadt, en de kindermeid mij naar bed bragt, dan zeide zij mij deze woorden voor." •

E. „ Maar zeg mij eens, lieve Karel! verftaat gij dan ook de woorden, welken gij zo even gefproken hebt? Wat is toch Christus bloed? Wat is zonde?"

K.

Sluiten