Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 514 ) -

eenige eerprijzen , ter belooninge der «ngewendd. naarfiigheid.gefchonken werden? ja,-waar de voornaamfte post aan het fchoolwezen zelf, even zeer een geruimentijd onvervuld bleef, zonder dat daarin eenige genoegzaame voorziening gefchiedde , terwijl diegeen welke zich met de zorg voor een opluikend nagedacht belast vond , daarenboven nog geduurig aan de vernederendfte beknibbelingen van een buiten dien reeds volftrekt ontoereikend , inkomen moest ten doel ftaan? En waarom? Alleen, wijl het lot aan niemand der Regenten eenen mannelijken nakomeling gefchonken had, en het dus zeker zeer onverfchillig fcheen, in welk eenen ftaat de openbame Schooien zich ook bevonden : ongelooflijk voorzeker, doch eene waarheid , van een te groot belang , dan dat dezelve niet ten eenigen tijde openlijk moest gezegd worden!

Zie daar, mijn Heer, flechts een enkel Haaltje; en wie weet, hoe veelvuldige voorbeelden eener onverfchoonlijke geringfchatting der algemeene belangen , van gelijken aard, men welligt zoutje kunnen aanvoeren! Dan, is het mooglijk, dat,bij dusdanige omftandigheden, het Schoolwezen bloeien, of de opvoeding der Jeugd , de grondflag van het ganfche geluk eener befchaafde Natte, met den noodwendigen iever kan behartigd worden ? Ja, hoe noodig i3 den openlijken onderwijzer der Jongelingfchap de onderfteunJng van hun , door wien hij indezen itand geplaatst werd, en van welken hij onbetwistbaar allen zijnen invloed, al zijn gezag en aanzien ontleent? Welk eene les, welk een voorbeeld zelfs voorouderen, wanneer zij zien, dat diege-

Sluiten