Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk is , van helfebe ftraf en verdoemenis fpreken; maar veeleer Gods goedheid en liefde verheerlijken, en hun voordragen, hoe zeer Hij de men» fchen mint; dat Hij ons alleen deugdzaam wilde hebben , opdat wij gelukkig zouden zijn ; en dat Hij de ondeugd alleen haat, omdat zij ons, zijne lieve Kinderen, rampzalig maakt. • Tot de tweede zoort van verharde misdaadigers behooren zulke menfchen , die niet zoo zeer uit hun zeiven tot zulk eene verwildering gekomen zijn , als wel door kwaad gezelfchap, en de verkregen hebbelijkheid , om kwaad te doen. Dezen zijn weder op eene, geheel andere , wijze te behandelen. De bekeering van zulk een mensch is aan de bekeering van eenen zondaar op zijn fterfbed gelijk. Zij beftaat in berouw hebben, vergeving bidden , en hoopen. Men kan dezelve geene geheele verandering des gemoeds noemen, maar den aanvang eener betering. — Wanneer zi,n hart nog goed is, en alleen zijn ver-ftand bedorven, dan is zulk een misdaadiger nog al gemaklijker te recht te brengen; maar, wanneer zijn verftand en hart beiden bedorven zijn, is dikwijls alle arbeid vruchteloos. — K.unsc, wijsbegeerte, ondervinding, jade genadedes Eeuwigen zelve fchijnt dien rampzaligen aan zijn eigen lot te hebben overgelaten, die het beeld van zijnen Schepper zoo moedwillig, als gruuwlijk , in zich misvormd heeft. Evenwel moet de mensch niets verzuimen ten beste zijns natuurgenoots. En zijn alle middelen vruchteloos , dan fchiet 'er niets overig, dan hem overtelaten aan de bermhartigheid

van

Sluiten