Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 233 ü—

heb ik altijd nog de belagchlijkften zoowel, als de verveelendften, gevonden. Bebalven dat zij de gekften onder alle zoonen van Narchfen zijn, komen zij met zooveel air de pedanterie op de baan, dat zij uwen eerbied reeds fchijnen aftevergen , eer zij nog een woord gefproken hebben. Die zangbergsdwergjes meten alle hunne woorden juist af; maar, of'er zaak In zit, daaraan behoeft men zich weinig te bekreunen. Wie, bij voorbeeld, leest niet met meer vermaak de glad gepolijfte vaerfen van Bavius of Mivius, dan de hortende rijmregels van NU volentibuS arduum ?— Eu een ftuk van de laatllen ,bij voorbeeld , de gierige Geraard , overtreft indedaad alle werken der Baviusfen en Meviusfen zoo verre, als Pan bij Apollo te kort fchoot.

Dan, die vooringenomenheid met zich zeiven is niet flechts het deel der Schrijveren alleen, maar dat zwak befmet hier en daar alle menschlijke klasfen, — Hoe zij ook mogen voorkomen , zij zijn de lastigfle wezens , voor mij geheel niet gefchikt , om mede te verkeeren, ten zij overwicht van verdienfte dien last eenigermaate draaglijk maakt, en ik befchouw hun , met betrekking tot de hulde, welke zij ons afeisfchen , of pragchen , als die bedelaars , die ons op -ftraat naflenteren, en niet terug wijken, zonder dat Gij hun iets geeft, of onbeleefd wegjaagt.

Nu, mijne Heeren , zal ik afwachten of, her U behaagen zal, hiervan gebruik te maaken: wilt Gij dezen brief in 't geheel plaatzen , ik heb 'er niets tegen , maar laat hij dan verzeld gaan van uwe kundige en uitgebreider aanmerkingen. Zo ik ontQ 3 dek-

Sluiten