is toegevoegd aan uw favorieten.

De gronden der natuurlyke rechtsgeleerdheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII. Afd< Natuurlyke Rechtsgeleerdheid. 107

om de offerdieren overtevoeren. De aannemer, om te doen zien, dat het aan hem niet hield, fchaarde alle de offerdieren op den oever, zo dat zy ,die aande overzyde waren , zulks zien konden. Nittegenftaande elk overtuigd was, dat de onverwagte opzwelling van den vloed zynen yver had te leur gefield, waren 'er nogthands fommigen, die hem als des doods fchuldig aanklaagden. De vraag is , wyi de aannemer in deze zaak tegens de wet c<ezondigd heeft, fchoon de fchielyk opkomende zwelling van den vloed zyne poogingen verydelde , of hy niettemin ftraf fchuldig is ?

Het gezegde Iaat c) geen' twyfel over, dat men niemand voor den bedryver eener daad kan houden, daar hy niets toe gedaan heeft, en die hy , als geheel door anderen volvoerd, niet heeft kunnen beletten.

Het is iets anders , wanneer de gevolgen ya$ eens anders daad tot hen , die er geen deel in hadden, wordenuitgeftrekt, (dit gefchiedt, by voorbeeld, wanneer iemands go deren , om eene misdaad verbeurd verklaard zynde, den erfgenamen onttrokken worden , of wanneer voor'óuderlyke verdien* ften den nakomelingen tot nut Zyn) en iets anders, of methaan iemand, als of by de dader ware, eene daad kan toeëigenen , die hy niet heeft kunnen doen, noch verhinderen.

Zo kan men ook niemand de fchuld geven d) van algemeene rampfpoeden , die van Gods hand toekomen, ten ware men op eene klaarblykelyke wyze kan aantoonen, dat die rampen aan de maatfehappy, ter beteugeling van zulk eenen, worden toegezonden. Met dit antwoord verftompten de Kerkvaders en byzonder Tertullianus, in de III. eeuw, te recht., dtbetich-

tin»