Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over KOLOSSENSEN IV; 7—9. 237

en het leeven uit de hand verliest, ziet dan wel toe. — Waarlijk , Toeh.! dit ftuk verbijtezien is allergevaarlijkst, en helaas ! het is te vreezen, dat het van veelen, die helden zijn in hunne veroeelding, zonder dat zij ooit arm en ellendig voor God werden, maar al te veel verbijgezien wordt.

Ten tweede, alle waare kinderen van God, gelijk zij eene bevindelijke cn toeneemende kennis van hunne ellende krijgen, zoo leeren zij> ook, trapswijze en langs zoo meer, het leeven geheel buiten zichzelven eeniglijk in Christus zoeken. Hij is geen waar en oprecht broeder van Paulus,en van de waare godvruchtigen, die met hem niet van harte zeggen kan: Niet heb* bende, mijne gerechtigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, is mijn eenig uitzicht, en het fteunpunt van mijn hart.

Zoekt gij dan rust bij uzelven, in uwe eerlijkheid, deugdzaamheid, en in uw goed hart5 zoekt gij heimelijk uwe verantwoording voor God in uwe verootmoediging, traanen , gebeden en goede voorneemens; kunt gij daarmede uwe zielen nog al wel paaien en te vrede ftellen , buiten Christus; of zoekt gij die, tot eenen grond van uw vertrouwen op Jefus, zelf te leggen; gelooft mij, waardfte Vrienden! gij bedriegt u, wanneer gij u inbeeldt waare Christenen , broeders en zusters der geloovigen in den Heer te zijn.

Zijt gij van eenen vijand een vriend, van eenen vreemdeling een broeder geworden, dan moet uwe ziel de broeders ook innig als broeders liefhebben, cn dan moet het uwe zielskeus zijn met Ruth te zeggen: Uw God is mij:: God,

uw

Sluiten