is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24» DE VLUGTENDE WIJSGEER IN HOLLAND.

dat zulke Schrivten zekerlijk onbegrijpelijk veel kwaad doen aan het ware fentimentele, dewijl de gemene hoop in duizend zaken het gebruik en het misbruik, het wezen en den fchijn i verwart. Doch voor zulks ene verwarring behoorde een verflandig man, een wijsgeer, zich vooral te wachten.

. Deze laatfte brief eindigt met een voorliet, dat in

de daad met zeer grote nuttigheid in gebruik zou kunnen gebragt worden, om onze geleerdheid uit haar verval te redden: „ dat namelijk de genootfehappen van ons vaderland, „ het zij gezamenlijk, of ieder in het bijzonder, eene aan„ zienlijke beloning jaarlijks uitloofde aan dien genen, die

het beste of nuttigöe originele werk zoude gefchreven ., hebben. Veelligt zoude dit het eenigfle middel zi:n, om „ fommige kundige mannen, die reeds uit mismoedigheid de ,, pen hebben ncdergelegd, dezelve weder te doen opvat„ ten, en ten nutte hunner Landgenoten te gebruiken." —

Ziet daar den korten inhoud van dit boekjen gefchetst: wij wenichen, dat de Schrijver van hetzelve nog eens redenen zal hebben, om zich over het nut, dat zijne brieven gefticht zullen hebben, te verblijden, en dat dus onze natie de waarachtige befchuldigingen, die tegen haar ingebragt zijn', tot hare verbetering gebruikende, de treurige voortellingen, die in dezelven zoo dikwijls aan haar gedaan worden, nimmer zal vervullen Wij zullen, tot befluit van dit uit, irekzel, één1 van die befchuldigingen cn vcorfpellingen hier nog plaatzen: ,, Dit is", zegt hij, Cd) ,. hier ccn algemeen „ gebrek, men laat zich het belachelijke, het hatelijke en

het onbetaamelijke van zommige zaken onder het oog' „ brengen, en keurt de vermaningen goed , zonder

dat men z'jn hoofd breekt , om die verkeerde gewoontens

„ aftefchafi'en : cn daar derzelver getal van tijd tot

„ tijd vermeerderd word, weet ik niet wat 'er in het einde

van de Hollandfche natie worden moet , ik zie rjsfelijkè ,, gevolgen voor hun te gemoed , en fchoon mij zulks fpijf

van de anderzints achtingwaardige Hollanders, troost ik n ij „ op dezelvde wijze als ccn Hollandsen matroos , die ho„ rende voorlpellen, dat in de volgende week 'de wereld ver-

„ gaan zoude, niet onaardig ten andwoord gaf, het

,, kan mij niet fohelen , want wij gaan morgen in zee ——— ,, ik geloof dat gij mij zult begrijpen."

Een vreemdeling kan met zulke invallen zijn' fpijt ligt verzetten: maar het enkel denkbeeld van die ijzelijke gevolgen doet het hart van een beminnaar van zijn Vaderland krimpen.

{jij In den Ne.,cnJ..n brl.f, bl.idz. ico.