Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

521 ifi J. L. M E IJ E R

nooit nieuw of zonderling, en is zulks nergens; dan ook dez.en allen zag ik thands den Akker- en Tuinbouw waarnemen, terwijl derzelver zoonen, mannen en broeders onder de Republikeinfche vanen (treden.

De talrijke klasfe van Landbouwers in Frankrijk is tot nog toe alleen de gelukkige, met der daad vrij, bemiddeld en wel te vrede. En hoe veele redenen heeft de

Franfche Landman niet tot wel te vredenheid ! Alle de vruchten van zijne vlijt zijn thands de zijne. Hij is ontheven van drukkende lasten. De armzalige dagloner is thands bruiker, de bruiker eigenaar geworden. Het bare geld is in zijne kasfen uitgedort. Hij leeft in onbekrompenheid — en het aantal dier wel te vredene en in onbekrompen toedand levende Franfchen bedraagt — zestien millioenen zielen.

Aanmerkenswaardig hebben wij het volgende geval weyonden: zekere Mevrouw d'oije, die in betrekking tot het hof geftaai; had, verklaarde, in den tijd van robespierre, aan haar zuster, Mevrouw campan, dat zij de volbrenging van een tegen haar gericht arrest niet zou afwagten, maar vasteiijk beiloten had, eer zij haare beulen in handen viel en het moordfchavot beklimmen moest, zich het leven le benemen. Mevrouw campan poogde haar met zedekundige en wijsgeerige redenen daar van af te brengen, en voegde-'er in haar laatlte bezoek bij: „ verwacht het toekomdige met gelatenheid. Sta van uw voornemen af, en denk dat eene gelukkige ommekeer van uw lot u nog in het uiterst oogenblik van het grootst gevaar kan redden. Dit zeide haar befchermengel: had de rampfpoedige vrouw dit voordel gevolgd! — Kort daar aan, in de eerde dagen van Thermidor 1794, verfcheenen de fatelliten, om Mevrouw d'oije gevangen te nemen. Zij kwam haare Moordenaren voör, bereikte de hovende verdieping van het huis, wierp zich van het balkon naar beneden — en werdt dood opgenomen. Toen haar lijk naar het graf gebragt werdt,

moest — ó wonderbare befchikking! — de lijkkoets eene ftraat ter zijde inflaan, om voor de beuls kar, waarop robespierre naar het fchavotgebragt werdt, te wijken. " — Te recht voegt 'er de Vertaler deze aanmerking bij: „ ó Mogt dit befef, dat eene'geheel niet te „ verwachten redding nog deeds mogelijk blijft , eene " Remmende reden zijn, om alle rampfpoedigen van het ijslijk befluit tot zelfsmoord te weder-houden."

Treu-

Sluiten