Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O P D R A G T

AAN DEN WEL-EDELEN HEER

MR. RHIJNVIS FEITH,

ONTVANGER DER CONVOOIJEN EN LIC ENTEN FAN HUNNE HOOGMOGENDEN, TE ZÏVOLL.

O

Feith, wiens hemelsch zingen ons de aarde ontvoert, Wanneer uw ?iter 't lef van de Godheid galmt, Of 't heil verheft van vrede en vrijheid \ Edele, waare, beminde hartvriend!

Volvuurig waagde ik, (ach, dat de wil vervuil', Voor 't minst verfchoone, 't geen aan de daad ontbreekt,') 's Verheevnen Klopftocks vlugt te volgen, Daar hij der menfehen Verlosfing opzingt,

\ Gewigtigst voorwerp onzer befpiegeling; De zoetfte blijdfehap onzer venvaqhtinge; ■ Den troost des kommervollen levens, Zonder dien zaligen troost ellendig,

* 3 Ik

Sluiten