is toegevoegd aan je favorieten.

De Messias, in twintig zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. 73 Kent hem de Eeuwige flechts, offchoon hem van nazaat tot nazaat Menfchen niet kenden, hij zelfs onbekend aan de onfterflijken bleeve; Zie, hij zou, van den roem onbeloond, toch edel en goed zijn!

Umbiël fprak verders: Die ginds vol gedachten en eenzaam Diep in 't woud zich vertoont, is Tomas, een vuurige jongling. Steeds ontwikkelt zijn geest uit gedachten gedachten! Hun einde Vindt hij vaak niet, wanneer ze voor hem, als zeen, zich verbreeden! Bijkans had hij in 't duister gebouw van den droomenden Saddok Deerlijk zich zeiven verlooren; maar 's Middelaars magtige wondren Reddeden hem, hij verliet het labirintifche warren, Kwam tof Jezus. Maar 'k zou om zijnentwille nog dikwils Teder bezorgd zijn, indien hem bij deeze denkende ziele Niet de natuur een redelijk hart en deugd had gegeeven.

De andere is Matteüs, zo fprak Bildaï, een jonger, Die in den vollen fchoot van weelderige oudren gekoesterd, En van hun tot de laage verrichting der rijken verwend werd, Die, niet gedachtig aan hunnen onfterflijken geest, onverzadigd. Als voor de eeuwigheid, zaamelen. Maar de magtiger driften Van zijn' geest verhieven zich ras, toen hem Jezus gemoette. Naauwelijks wenkte hem deeze; of hij volgde, en liet de verrichting, Die hem tot nog toe ter aarde'gedrukt had, den dieren te ru*ge. Zo ontrukt zich een held der koningen weeklijke dochtren; Roept hem de dood voor het vaderland. Naar het veld toe, daar God" ftaat En den bederve, gewapend met wraake, de fchuldigen toetelt, Roept hem meer, dan eeuwige roem, de ftemme der onfchuld. Dankbaar zal hem de mond van verloste gelukkigen eerén; Want zijn krijg was billijk. E„ blijft hij, midden in 't doodflaan,

K Ech