Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33$ »e hedendaagsche

Th. En wat zeggen zijne leerlingen, op ons Tee* genwoordig onderwerp? Gij rust op de wet, gij roemt r>p God, gij weet zijnen wil, en gij betronwt u zelven te zijn, een licht, in de duisternis, een on. derrichter der onwijzen, en een leermeester der onweelenden; gij dan, die eenen anderen leert, en hert gij u zelven nietï Gij, die, op de wet, roemt, inteert gij God, door de ever treeding der wet? (/> ■— Maar 't prediken valt zoo gemaklik! Men ver* hek zig, tot zoo weinig faftet, zoo hoog, in 't oog van anderen, ja dikwils, (zoo ver gaat het zelfbedrog,) van zig zelven. Eenige woorden, en men is een groot man, een beid, cn heeft reeds de kroon gewonnen; daar bet wcrklijk betragten en doen in teegendeel dikwils zoo moeilijk is , e» too veel kost.

Ph. Maar daar teegen ook, is de kroon, dus ge. «rennen, zoo ras verwelkend, als ligt verkreegen,

daar

(*) Rom. 2 v. i?—23. Zie voords Matth. 5. v. 19, ?:v. .6, 21 Rom i v. 13 Jac: 1 v. 19, at uü.ena»

Sluiten