Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3° )

pérhei , dat de Kerk niet van den Staat gefcbeidea is. Maar het kbmt my onder verbetering voor, dat het de post, en de plicht is van de Geconititueerde Magten , om deswegens te waken, en te zorgen, dat zo dra ter hunner kennis komt, dat eenige Leeraaren van den Godsdienst zich veroorlooven, om ,by de verlichting der werkzaamheden , aan hunne Bedieningen verknocht , direEl of indirect de jegenswoordige orde van zaken te behagen , dezelve niet alleenlyk de verdere waarneeming hunner Functien te verbieden, maar ook naar bevind van omltandigheden te corrigeeren.

Daar is geene Belofte , of Verklaaring nodig , ten einde hun te verplichten , om zich daar van te onthouden , maar die verplichting is geleegen in den aart der zake , in de natuur van hunne functie , en in de gronden van het Maatfchappelyk verdrag, het welk geene ondermyning van de rust en goede orde gedoogt.

Doch ingevalle zy zich bepaalen tot de Leeringen van den Godsdienst in het algemeen, en van de Christelyke Religie in het byzonder, die niets dan Vrede, Liefde en Eensgezindheid ademen, dan kunnen hunne byzonriere gevoelens nopens het Staatkundige, die zy niet opentlyk nog direcl nog indirect yiten , naar myn inzien, volgens de principes van onze Staatsregeling, geenen genoegzamen grond opleveren voor de Geconititueerde iMagten , om zich daar mede te bemoeien, " of zich dezelven meerder aanretrekken, <lan die van alle andere Pertoonen, in de Maatfchappy, welken (hoe het ook met hunne by.iondere opinien moge geleegen zyn) als Mille en vredelievende Ingezetenen onder hunne Medeburgeren verkeeren.

Ik kan voor my ook niet ontveinzen, dat ik op zulke Verklaringen juist geenen grooten prys Helle; onze Natie is daar mede in eenige opzichten misfclrien al te gemeenzaam gemaakt, en zommige Perfoonen zouden onder beneficie van eene zogezegde mentale refervatie, welligt geene zwarigheid maken , om dusdanige Beloften , wanneer zy gevorderd wordt, dadelyk afteleggen; ja ook zich dit liever getroosten, dan om aan eene weigering hun beltaan op te offeren; zoo dat langs

dien

Sluiten