Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. g

Daar ftaart nog 't Vaderland op grootfche gloriedaaden,

In Vrijheids vroegfte jeugd, door moed en trouw verrigt; De deugd, belommerd door onwelkbre lauèrbladen,

Lacht nog 't toekomend aan , uit Gelderland en 't Sticht. Dan, waarom d'ouden roem van Bato's kroost gezongen?

Ik heb de vrije lier geftemd tot grootfcher toon; Waarom aan de oudheid trotsch 't bewolkt geheim ontwrongen ?

Een meer befchaafde tijd biedt onbeneveld fchoon. Ik zing mijn' Barneveld, wiens roemvoorfpellend leven

Het niet ontrukt werd aan des Ysfels vruchtbren boord. De wieg van Ces ar moge oud Rome glorie geven,

De wieg mijns BarneVÉLtjs vereeuwigt Amcsfcort; Nog voelt die grijze vest 't verflaauwde hart ontroeren,

Op 't denkbeeld: hief beftraalt een vonk der Godheid V flof — Toen pronkte ook Amssfoort in Vrijheids paerelfnoeren;

Wel aan, herleef! huw nog uw' danktoon aan zijn lofi Maar boog op de eeuwige eer, door de Airaagt U befchooren,

Een wezen, wiens beftaan den Serafijn verrukt; Gods vreugd, de roem der aard', werd in uw' fchoot geboren, En 'tmerk der eeuwigheid op 't heerlijkst ingedrukt;

A 5 Aan

Sluiten