is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i&6 Gods werking km

Dit alles is door den reeds genoemden, thans Vlisfingfchen Leeraar, A. Dryfiiout breeder bij de nukken, getoond, terwijl de Nederduitfche Leezer voorbeelden tot ftaaving van deeze waarheid, welke bijzonder ons Vaderland betreffen , behalven elders, ook kan vinden in het Vertoog van den Hoogleeraar Am. Dribssen, getiteld: Een betragter der Wondetxvegen , welke God gehouden beeft met bet Land zijner inwooninge, en geplaaist agter zijn Werk, genoemd Oude en Nieuwe Menscb, bladz. 733, enz.

§. XI.

Zoo vast en zeker nu als alles is, wat ik tot dus verre voordroeg, zoo noodig is het ook, dat het zelve geloofd en erkend worde. Gelijk men zonder deeze erkentenisfe geen fchuldigen eerbied voor God, geen opmerkzaamheid bp zijne groote daaden en werken, geen biddend vertrouwen op zijne magt en goedheid, en geene dankbaare liefde en gehoorzaamheid omtrent hein kan oeffenen; dus is het ongeloof of de onopmerkzaamheid omtrent deeze waarheden, meer dan 'er gewoonlijk door veelen wordt gedagt, de bron en oorzaak van het kwaalijk inrigten hunner bedrijven, en van de te leur ftellingen in hunne anderzins prijsfelijke en gegrond fchijnende begeerten en verwagtingen.

§. XII.

Het is eene oude en bekende fpreuk en les, ora etlabora, bid en werk. „ Deeze twee dingen (zegt de Heer Joh. Temmink zeer gepast en met alle reden (*),) moeten in alle onze handelingen zamen gaa"n; het zij natuurlijke of zedelijke, omtrent ons zeiven en anderen. Die het eerfte nalaat onder vlijtige betragting van het andere, is een naarstige goddelooze. Die het laatfte verzuimt, veel bezig zijnde in het eerfte, is een Godsdienstige luiaard. Om in

J het

(*) In zijn Werk getiteld : Het Hoozepriesterlijk gebed van Christus , of fcrklaaring over bet ATJ/de Capittel van bet F.uangelium van Jobannet , in 23 Leerredenen, bladz. 145. Gedrukt te Amfterdam, bij Petrus Schouten 1769; een Werk, het welk wegens' de regt verffandige verklaaringen en toepasfingen niet genoeg kan geleezen worden, en daarom waardig is in alle huisgezinnen der Christenen in banden te zijn.