is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maatschappij en Zeben in Frankrijk enz. 175

zij omhelsden hem met al de tederheid, welke zijne ongelukken en Ouderliefde verdienden. De Vader maande hem aan, zijn hard lot gelijkmoedig te draagen; de Zoon verklaarde, in de hartroerendfte bewoordingen, dat het herri onmogelijk was; dat, fchoon anderen de deerlijke naarheid ééns Kerkers konden uitftaan, hij het niet kon doen; dat zijn hart gevormd was voor vriendfchap en de wederkeerige aangenaamheden des gezelligen levens; zonder dezelve moest zijne ziel in eene kwijning vervallen, erger dan de dood, van welken hij alleen verlosfing kon vervvagten, indien hij anderwerf de verfchriklijkheden des Kerkers moest verduuren; in traanen fmeltende. wierp hij zich neder voör zijns Vaders voeten, hem fmeekende medelijden te hebben met een Zoon, die hem altoos de grootfte genegenheid toegedraagen, en volftrekt geene fchuld hadt aan het misdrijf, hem ten lasre gelegd; hij bezwoer hem, bij alle banden van de Natuur, bij den Godsdienst, bij het hart van eenen Vader, en de barmhartigheid van eenen Verlosfer, dat hij al zijnen invloed bij den Raad wilde te werk ftellen om het vonnis te verzagren , ten einde hij bewaard mogt blijven voor den wreedften dood, het fterven ondèr de langzaame pijnigingen van een verbrooketi hart , in eene fchriklijke baliingfchap verwijderd van elk fchepzel, door hem bemind.

■ ,, Mijn Zoon," fprak de Doge, „ onderwerp u aan

„ de Wetten uws Lands, en verzoek van mij niets, 'twelk ik niet in mijne magt heb te verwerven." ,, De Vader, dit zeggen van 't Vaderlijk hart afgepijnd hebbende, ging in een ander vertrek; en buiten ltaat om de geweldigheid zijner aandoeningen langer te verdraagen, verviel hij in een ftaat van gevoelloosheid, waar in hij eenigen tijd verbleef, na dat zijn Zoon reeds weder na Candtd gezeild was.

„ Niemand heeft het zich onderwonden de fmerten van de troostlooze Moeder te befchrijven ; zij, die aandoenlijke harten omdraagen, en een onheil, eenigzins naar dit gelijkende , ondervonden hebben , zullen 'er zich alleen eenig denkbeeld van kunnen vormen.

„ De opgehoopte ellenden deezer bedrukte Ouderen troffen de harten van eenigen der voórnaamfte Raadsheeren; die, met zoo veel ernst, om eene volkomene vergiffenis voor den jongen Foscari pleitten, dat zij op °t punkt (tonden om dezelve te verwerven, wanneer'er een fthip uit Candia aankwam, met tijding, dat de rampzalige

Jon-