is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reiziger. "7

jaarmarkt, door dit bosch, naar huis keerde. Deeze, zpnder hem den minsten wederftand te bieden , gaf hem eene beurs, in welke één-en-twintig kroonen _ waren ; doch nauwlijks zag hij zich meester van dipn buit, of hij werd door eene inwendige wroeging verfcheurd,. l/}ij wierp zich neder voor den Reiziger, bcfproeijende deeze zijne voeten met zijne traanen. „ Zie daar, zeide hij, daar is de rest „ van uw geld weder: ik neem niet meer, dan het geen „ ik thans gedwongen ben van u af te eisfchen. Geloof: „ mij, dat het mij veel gekost heeft om te kunnen befluiten, „ om zulk een verfoeijelijke daad te begaan. Mijn hart is „ niet ih ftaat om zulk een misdaad te verrichten. Ver„ waardig u, om mij naar mijne woonplaats te volgen. Ik „ bid u zulks. Gij zult de oorzaak, welke mij hier toe ge„ bragt heeft, gewaar'worden, wanneer gij den ongeluk„ kigen ftaat van 'mijn huisgezin gelieft te aanfchouwen. „ Gij zult mij deeze misdaad vergeeven; ja gij zult mijri ,, redder en mijn weldoender worden."

De verbaasde en edelmoedige kraamer deed dien ongelukkigen opftaan ,' en omhelsde hem. Verwonnen dopr zijn fmeeken en aangedaan door zijn eigene gevoeligheid , bedacht hij zich geen enkel, oogenblik om hem te volgen; maar hoe vermeerderde zijne ontroering toen hij in de armoedige ftulp van deezen boer intrad! al wat hij daar zag verwekte zijn medelijden. Hij vond eenige bijna naakte kinderen, op ftroo liggende, die op het oogenblik ftonden om den geest te geeven; en eene moeder in den allerfchrikk'elijkften toeftand,

De boer verhaalde daar op aan zijne vrouw al het geen hem wedervaaren wa>\ ,, Gij weet, dus fprak _ hij haar „ aan, met welk een ijver ik naar de ftad fnelde, in hoöpe „ zijnde van daar eenigen bijftand te zullen vinden; maar, „ mijn waarde Vriendin! ik heb 'er niet dan verharde men„ fchen gevonden. De een had groote fchatten vergaderd;

een ander verkwistte door de overdaad en zotte vertee„ ringe alle zijne goederen. Alle hebben zij mij verwor„ pen. Wanhoopig.... verwoed.... heb ik mij in 't naaste „ bosch begeeven.... Kunt gij het gelooven?... ik heb

een godlooze hand aan deezen man durven liaan.... Ik „ heb durven.... o! ik kan niet voleinden—"

„ Heb' medelijden met mijne kinderen!" riep deeze bedroefde moeder, den vreemdeling aanziende, uit. „ Be„ fchouw de verwoesting der ellende, aan welke wij zijn R 5 „ over-