Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. «

De Godsdienst deelde nooit in d ij ver, die mij fchraagde;, 't Was 'sVorften aanzien, niet zijn leer, die mij behaagde. Uit ftaatzucht viel ik Rome en haar belangen af , En koos een nieuw geloof, dat nieuwe grootheid gaf. Een kerkleer, die verhief en op eien' troon deed boogen, Had al den luister van de waarheid in mijne oogen , En al de dwaaling, die mijn hart bij Rome vond, Was dat geen zetel in haar fchaduw voor mij ftond! Maar 'k zie de Koningin, op m jn verzoek, reeds naadren. Gaa, waarde Vriend! den Raad, die eerlang zal vergaadren, Verfterken in zijn trouw, en denk bij elke ftem, Dat Warwik nimmer zinkt, of Palmer zinkt met hem!

TWEEDE TOONEEL.

SOItTilUMBEELAND, LADIJ GRAIJ, NORTHUMBERLAND.

Hoe! nog in de eigen rouw? 'k Zie nog uw traanen vlieten? Nog bloedt dat eigen hart, dat altijd moest genieten? Mijn Dochter! (laak in 't eind dat maateloos geween,...

L A D IJ G R A IJ.

Mijlord! ik weende fchaars om eigen tegenheën;

Mijn ziel, reeds jong gevormd voorde ondermasnfcheplaagen,

Vond in den Godsdienst kracht om'tgrievendst leed te draagen.

Zij kende vroeg den prijs der aardfche zaligheid ,

Die 't ongewapend hart voor 't foltrendst wee bereidt,

A 5 En

Sluiten