Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 21 >

? ea i de vrouw van nero was van eene dochter verlost. Voor haare bevalliging hadt de raad openbare gebeden en geloften laten doen , na haare verlosfing werden deze vermeerderd ; men ftelde dagen voor plegtige omgangen; men befloot een Tempel voor de vruchtbaarheid , gouden beelden voor het fortuin te maaken, en op den troon van Jupiter Kapitolinus te plaatzen. Maar 's vorsten vreugd was kort van duur, het kind fterf binnen den tijd van vier maanden; dit gaf gelegenheid tot nieuwe buitenfporigheden van vlijerij; het kind kreeg plaats onder de Goden, en aan hetzelve werdt een godlijke eeredienst met een priester, autaars en offeranden toegewijd, en als nero, om zijne droefheid te verzetten , onder anderen een gevecht van kampvechters vertoonde, verfcheenen op hetzelve in het ftrijdperk 400 raadsheeren, 600 ridcers, en, het geen een heel nieuw gezigt was , menige vrouwen van groot aanzien, die zich en hunne huizen chandelijk ontëerden, door zich onder de gemeene kampvechters te laten vinden.

Toen ik dit bij tacitus las, kon ik mij niet wel onthouden van eene bijgedachten, die met de vlijerij eigenlijk niets gemeen heeft, maar die deze Roomfcbe Dames bij mij deeden opkomen. Als wij eens ftelden, vraagde ik mij zeiven af, cat zulk iet bij ons voorviel, Zouden er dan ook geene Jiffers gevonden worden, die mede zouden doen, daar veelen in haare kleding, hoe langer hoe meer, zich gaan fchikken naar de kleding der mannen, met hunne jasfen en hoeden? enz.

Nu weder op den Tekst, Hoe flecht is het menigen Vorst niet betonen, dat hij aan vlijerij gehoor gaf? De laatfte der Kilifen , en delaatfte Keizer van China, zijn 'er voorbeellen van; ook zou ik her odes hier kunnen bijbrengm, die het genadig toeliet, dat het volk, door den (lans van zijn kleed verblind, zijne item eene ftemme Gds en niet eens menfehen noemde, maar die op hetzelfde ^ogenblik ondervondt, dat hij een mensen was, toen hij dior de wormen verteerd wierdt.

Watis vlijen? bionijsius, de Dwingeland, maakte het te Syaktze zoo bont, dat alle Inwooners van den grootften ot den kleinften hem eene zalige ontbinding toewenschen; alleen was er een oud Vrouwtjen, C 3 welk

Sluiten