Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S3«

J. W. V A N S L IJ P E,

van- gedtigte ftraf kon leeven : dit immers ftrijdt volftrekt rast bet waare Gods doel, het welk was Juda te vertroosten; hier toe was 'stempels opbouw, en de herftelling Van de leere der verzoeninge noodig, dewelke in het tweede vers betrokken wordt tot Jerufalem , waar op's Heeren vrijmagiige kUtfze gevallen was, om bet als een vuurbrand uit het vuur te redden, dus niet op Jofua alleen, want het fchijnt mij wat vreemd van bijbelfche fpraakkunde te zijn, dat Jerufalem hier zoude inkomen om aan te toonen , dat jofua tot het verkooren Jerufalem behoort, dan moet in het negende vers het land ook maar flechts inkomen , om dat jofua tot dat land behoorde , en niet om de waardij der verzoening van Gods grooten Zoon aan 'te toonen. Is het een gezonde ftijl van 'fpreeken, een land, ftad of geheel volk in te voeren als gexeegend, om daar mede flechts een perfoon te bedoelen? —: Jofua komt frrer in als een fchaduwpriesrer, die in fchaduwe verrichtede , wat Jehova's fpruire, de Mesfias in wezen zoude daar ftellen, naar vs. 9, alwaar Jofua voorkomt als een voorbeeld van Gods eeuwigen Zoon, verordend tot Hoogepriester over het Evangelie-huis; heefr deeze nu niet als de vertooner van het uitverkoorendom , als het hoofd van 'het eeuwig verlosfings-verbond , ja als hun plaats-bc-kleed'er in het zelve, zijn volk door Hem met God verzoend? 'zijn ze niet allen in Hem als een lighaam, zelfs voor 's waerelds wordinge, geweest? drceg Hij ze zoo niét fteeds voor zijn Vader, als blijvende met zijn harte voor hun 'borge? Daar toe zon Hij immers op eenen dag, dien grooten dag der Euangelie verzoeninge, al de ongerechtigheid zijns Volks wegdraagen. Komt dit hier nu in als een tegenbeeld, dan moet, dunkt me, volftrekt volgen, dat zijn voorbeeld Jofua hier geheel Juda voordraagt; langs welken weg de verwachtings - leere der waare verzoeninge voor Juda wierd levendig gehouden, dat hunne gerechtigheid alleen in den Mesfias was, op wien zij met afzien 'van jofua, dat uiterlijk Tempelhoofd. hadtien te zien, en Hem als een waterftroom aan te loopen, op dat hunne Aangezichten niet befchaatnd'mogtcn worden; van wiens doende cn lijdende gehoorzaamheid zij alleen de waare vefgeeving hunner zonden hadden te verwagten: dan genoot'en zij nie;flechts het voorrecht, dat zij gereinigd wierden tot den uitwendigen dienst en de geruste bezitting van Canaan , onder de beveiligende inwooninge van een gedugt God, bij wien een vreeslijke Majefteit was; maar,

hec

Sluiten