Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2s Februarii 1796.

voorts om, zo veel nodig, na ingenomen 's Ho* ves advys en bevind van zaken, aan de Eigenaars dier Dwang Molens, de voor dat recht op eenmaal betaalde penningen, uit de Provintiale Kas in een ordinaire Obligatie van drie per Cent, ten lasten van den Lande, te reftituëren, en die een jaarlykfche recognitie betalen, daar van te ontflaan.

En dat ten dien einde het Provintiaal Collegie behoorde te worden geauccorifeerd tot het emaneren eener Publicatie, waarby alle Eigenaars van Dwang-Molens geiast worden, binnen den tyd van drie Maanden, zig met hunne Lheen- of andere Uitgift-Brief, voor het Collegie te filteren, by poene van verlos van hun «echt tot fchadeloosftelling.

Terwyl men zig voorts, met betrekking tot de bezitters der Dwang-Molens, inde gewezen Heërlykheden, moest refereren tot de refolutie en publicatie, ten dien opzigte genomen en gearrefteerd.

Heeft de Landfchap, na gehouden deliberatie, goedgevonden, zig met het voorfz. advys te conformeren, gelyk gefchied by dezen, mits de voorziening algemeen zy.

Ten welken einde extract dezes aan welgemelde Collegie zal worden ingezonden.

Ge-

Sluiten