Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het GRAF.

17

Het purper, dat uw trots, zo duur verworven, fchraagt,

Verbergt een angftig hart, waaraan de wroeging knaagt.

Uw Disch , hoe rijk verzorgd door twee paar Wacrelddeelen,

Kan met geen enklen beet uw harde nooddruft ureelen.

Uw Huuwlijksledikant is vorstlijk toebereid,

Maar op zijn fponde daauwt geen zoete eenftemmigheid.

De trotfche Staatfie-zaal moog fpel en dans vereenen,

De doodfche Binnencel ziet haar Bewooners weenen.

De Pracht groeit telkens aan: het hart zinkt ftaêg in prijs:

Bedwelming wordt behoefte, een kluister eerbewijs.

De Deugd verrijst; haar loont een doodelijke beker.

Het Misdrijf wordt verdrukt, en 't Misdrijf vindt een'Wreeker!

O zalig Hutje, daar de Beek om heenen vloeit. Aan wiens bemosten wand de ftille Veldroos bloeit; Wiens needrig rietendak een Olm verbergt voor de oogen, Do Wijze, die u kent, blijft op uw fchaduw boogen!

B Dweep,

Sluiten