is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van den veldtogt der Pruissen, in Holland, in MDCCLXXXVII.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l6 NADERING DER PRUISSEN TOT AMSTELVEEN.

in algeraeene uitdrukkingen, dat zij bereid was toe te treeden tot de refolutiën van de andere lieden der provincie; maar de weezenlijke artikelen der gevraagde voldoeninge waren in dit ftuk uitgedrukt op eene zo onbeftemde en weinig genoegen geevende manier, dat de Hertog zich hieraan niet kon houden, en gedwongen was op nieuws aan te dringen op eene voldoeninge, volftrekt overeenkomitig met de Memorie, den 4 September in den Haag door den Heer Thulemeijer geprefenteerd. Z. H. gaf der regeeringe van Amfterdam verlof eene deputatie aan de Princes van Oranje te zenden, om haar te onderrichten van derzelver bereidwilligheid, en ftondt dezelve een wapenftilftand toe, tot op het oogenblik dat deeze Vorstin zich zou uitgelaaten hebben over de voorftellen der Patriotten.

De Hertog, om niets naar eigen willekeur te doen, hadt de voorzorg gebruikt met de Gedeputeerden te fpreeken in tegenwoordigheid van den Hollandfchen Generaal Dopf en den Profesfor Tollius, en die Heeren te verzenden na de uitwijzinge van 'thof van Oranje. Zij namen alle 't middagmaal aan de tafel van Z. H. en vertrokken vervolgens, betoverd over de vriendelijke bejeeginge, die zij van dezelve ontvangen hadden, en belovende, dat hunne ftad welhaast een de? putatie naar den Haag zou zenden.

Van dat oogenblik hadden alle de Pruisfifehe troupen bevel de vijandelijkheeden op te fchorten, doch altoos op hunne hoede te zijn; echter maakte de vijand, in fpijt van zijn gegeeven woord, zich dien tusfehentijd ten nutte, om de dijken door te fteeken , alle de pasfagies te retraneheeren, en zijne posten meer en meer te verfterken.

De Hertog vondt dat de quartieren bij den Uithoorn niet genoeg gedekt waren. Hij zondt aan den Generaal Kalkreuth den Luitenant Pfeilitzer met twee onder-officieren en dertig huzaaren, en de Graaf posteerde ze naar den kant van Ouderkerk.

De Amfterdamfche Patriotten zouden zo fpoedig niet befloeren hebben eene deputatie naar den Haag te zenden, zonder de middelen, die de Hertog in 't werk ftelde, om hen te doen begrijpen, dat een langer weêrftand hen nutteloos zou blootftellen aan 't grootfte gevaar, en dat 't eenige middel, ter vermijdinge Van een volflagen ondergang, was, zich te verdraagen met hunne vijanden. De gierigheid der Rotterdamfche kooplui was een der verborgene drijfveêren, door Z. H. bij die geleegenheid gebruikt. Hunne belangens waren zo verbonden aan die der Amfterdammers, dat de ondergang dier groote ftad ontwijfelbaar de

haare