is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S6 Over de G e l ij k h e i d

ptt; _ de tanden van de bloed-egels Haan in een driehoek, _ Loutere veranderingen aan een lid; en wie kan alle die wonderen, alle die rijkdommen der Natuur verhaaien? Is het niet waar, dat het geringde in de Natuurde grootheid des Scheppers verkondigt? Welk derveling zoude zijn zoo genaamd oogmerk bereikt hebben, wanneer hij het middel daar toe zoo dikwijls veranderd had?

Ik zoude even zoo veele verfchillendheid in de vorm , in de plaatzinge , in de gedaante en de grootte der tongen van de Dieren kunnen opgeeven, Dezelve ontbreekt aan geen dier , ook bezit de Krokodil en de oorhaan dezelve. Bij eenige vogelen , (langen en hagedisfen is ze van vooren gefpouwd. —- De vleeschvreetende dieren hebben, naar evenredigheid , eene kleine , maar de plant-vreetendc dieren, eene groote breede tong, en die vegetabiliën en dieren-vleesch eeten, hebben eene middelmaatige effen tong. —-Haare gedaante net zich naar de figuur des kops. Zij is langwerpig tond, dikrond, cylinderagtig, negenwormig en gevouwen, kleverig of ruuw enz. Eenige dieren drinken metdetong, bij voorbeeld , de honden, katten, en meer-zwijnen. De aardroiten of veldmuizen fmaakt zelfs hun eigen pis niet onaangenaam op de tong. — De tong der Infecten is als de veer van een horologie, buiten den mond te zaamengerold en elastiek. — Bij de bladluizen is de fijnde het angel, welke men begrijpen kan. - de flak gebruikt haare tong, gelijk een fap-pomp , en tevens als een naald. Bi) eenige kikvorfchen heeft ze eene geheel verkeerde ftelhng , en dien: hun tot rooven en vangen. — Hoe veele middelen ma" de Schepper onder de Wormen aangewend hebben, pm 4e Plaats van eene ordentlijke tong te vervullen? — Verdient hij des wegen niet onze geheele aanbidding en verwondering? en ons vertrouwen op hem vermeerdert altijd, wanneer wij hem in zijne werken rijk aan middelen, om zijne oogmerken te bereiken , bevinden.

Om zich ie voeden, moesten alle dieren vreemde hgnaa» men tot zich neemen, om ze door hunne inwendige organifatie te ontbinden, te verduwen, te veranderen, het overtollige uit te wafèmefi , en het onbruikbaare van zich te •werpen. — Maar ook hier is niet altijd eenerlei regel in acht genomen. — Dedof tot voedzel, de bewaarplaats van bet zelve, de werktuigen tot ontbinding en verduwing, de fappen, welke daar toe gemengd zullen worden, de verrigtio°en welke gefchieden moeren, en misfchien het witte ;oete Eïtract zelfs is verfchillend. Het rijk der Dieren en