Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ChINEEZEN,

519

peitte Krijgsknegten van het Chineefche Rijk. — Ieder Tartaar van gewoonen rang, wordt van zijne wieg af opgefchreven. Ieder Tartaar, in ftaat om de wapenen ie kunnenaraagen, móet gereed zijn, 0111 op het eerlte fein, daar toe gegeeven, uit te trekken, endaar, waar de nood het vereischt, in orde te vegten. Zelfs des Keizers Zoon*, en alle de Tartaaren van rang, tot den gemeenften Standdaara-draager toe, moeten leeren te paard rijden, den boog te bellieren, en ten minste de eerfte beginzelen der Krijgskunde te verftaan. De eerbewijzen, tot verkwisting toe, aan de geleerdheid belteed, hebben nogthans de Tartaaren, die in China woonen, niet belet, noch afgefchrikt, om aan den Krijgsdienst den voorrang boven de letterkunde te geeven. Deeze oeffening is, naar het fchijnt, uitfluitender wijze voor hun gefchikr. Zij volgen onze oude Franken na, die aan de overwonnen Galliërs de zorg overlieten, de landerijen te beboüwen en te bearbeiden , maar de zorg om het land te verdedigen voor zich zeiven behielden.

Aanmerkingen over bet verfcbillend gevolg van eenige prnefneemingen, om den Winter in zeer Noordlijk gelegene landen door te brengen, ten aanzien van de gezondheid,

Onder de zeevaarende is het bekend genoeg, dat frisfche dierlijke levensmiddelen voor Schorbutifche perfoonen zeer dienftig zijn: doch zij hebben geen gelegenheid, proefnecmingen re doen, om te zien of het bloot gebruik derzei» ve, de Scheurbuik zou verhinderen. F-ven zoo min kunnen wij uit hunne ondervinding-leeren, of ergens eene andere manier om het vleesch der dieren tebewaaren, buiten het inzouten, het lelve in zulk een toeftand behouden kan, dat het een gezond voedzaam middel blijft. Doch het verhaal der acht Engelanders beflist. volgens alben fchijn, deeze beide gewigtige punélen, want hun geheel vooraad beftond in dierlijke levensmiddelen, en hun grootfte gedeelte daar van was vleescn, welk eenige Maanden te vooren werd gedood, en of door de koude des hemels alleen, of doorkooken voor de verrotting was bewaard geworden. Het is ook oogenfchijnlijk, dat de Zeevaarende van Kamfcbatka. die geduurende zulk een lange reis van ongezouten dierlijke voedzel leven, het of door rooken, door de koude, of door een ander diergelijk middel bewaaren, of zich van het zelve in een

ver-

Sluiten