Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s me ns c hen tijdperken. 21

graf. —De geëerde Schrijver heeft deze redevoeringen in een' manlijken ftijl, in ééne zuivere taal, en juiste orde voorgedragen. Gezond verfhnd, en welwikkend oordeel, draaien in dezelve glansrijk door. De ffeleende trekken, die wij in de redevoeringen zelve aantreffen,vertoonen ons,zo wel "als de onderfcheidene aantekeningen, deszelfs groote belezenheid; en waerlijk de nedrige fokke is al te nedrig, Wanneer hij in bet voorberigt den Lezer rondbordig belijdt: dat hét hem niet wordt opgediseht, als een werk, waar in zieGeleerden zooden kunnen verlustigen.

Ieder tijdperk des menfchelijken levens is hier met ègte verwen getekend. Elk ontfangt, in het perk, waar in hij wandelt, de treffendde lesfen. Oudèrs, kinderen, jongelingen , mannen, grijsaards eii ftervenden worden onderwezen, ter bevordering van tijdlijken en eeuwigen weldand; De Lezer wordt dikwerf, door geestige dichtjens^ aan^eriaatn verrascht. 't Is waar een ernftige Denker keurt "de dichtjens in eene redevoering geheel af; egter moeten we bekennen, dat ze van dien aard zijn, en zo wel ter zake pasten, dat hij ook hier door, in zijne aandachtige overweging, niet zal gehinderd worden.

De eerde Redevoering is. over de geboorte van den mensch. Hier houdt de Schrijver ons bezig met de betchouwnig der intrede van den mensch in dit'leven. Ui] bedient zig, om de tederheid van het onderwerp , van uitdrukkingen, die meer. naar de taal des Dichters, dan naar die des Redenaars, zweemen. — Na deil mensch ten leven ingeleid hebbende, bewondeft hij deszelfs voOrtrefiykheid zo na ziel als lichaam. — Vervolgens Jjaat hij het groote gewigt gade,' dat alle volkeren aan het kraambedde-gehegt hebben; onderzoekt hier op de behandeling der eerstgeboorenen bij veele volkeren; en eindelijk beantwoordt hij de vraag, of het beter vo-r den mensch ware al of'metgebooren te worden. In zulk een juiste orde zijn alle de Redevoeringen gefchikt, en,om onze geëerdeLezers een ltaaltjen van des Schrijvers wijze van voorltelling te leveren, zullen wij het andwoord van denzelven op die groote vraage, of het beter waare nooit geboren te zijn of éénmaal het licht te zien, mededeelen. ■

Gij volkeren! (zo fchrijft de Redenaar) die een rouwgebaar doet hooren bij de geboorte uwer kinderen, en traanen ltort , welke door die van het voorwerp, dat gij beweent .uitgelokt worden, gij weent met recht; een deelgenoot des levens te worden, heet., met andere woorden, B 3 aan

Sluiten